Een grenswaarde geeft aan aan hoeveel asbestvezels een werknemer tijdens het werk maximaal mag worden blootgesteld, berekend als gemiddelde over acht uur.
Binnen de Europese Unie geldt een grenswaarde van 10.000 vezels per m³ lucht. In Nederland geldt een strengere grenswaarde van 2.000 vezels per m³ lucht.
Alle saneringen met de FoamShield-methode worden vooraf gevalideerd. Bij een validatie wordt getoetst of het aantal asbestvezels onder 10% van de Nederlandse grenswaarde blijft: maximaal 200 vezels per m³.
Waar bij een traditionele sanering wordt gewerkt zonder grenswaarde, waarbij soms sprake is van miljoenen asbestvezels die vrijkomen, wordt bij een FoamShield-sanering getoetst aan maximaal 200 vezels per m³. De toetswaarde voor FoamShield ligt daarmee 90% lager.
FoamShield brengt de vezelemissie tijdens de werkzaamheden zo ver mogelijk terug, richting nul.
De FoamShield-producten zijn milieuvriendelijk en biologisch afbreekbaar. De productinformatie en veiligheidsinformatie geven per product inzicht in de eigenschappen en toepassing.
De methode bespaart aanzienlijk op wegwerpgrondstoffen, zoals folie, hout en tape voor het bouwen van containments. Naar schatting wordt in Nederland jaarlijks circa 60 miljoen m² folie gebruikt bij asbestsaneringen. Minder containment betekent minder folie en minder afval.
Bij FoamShield-saneringen in risicoklasse 1 zijn onderdrukmachines niet nodig. Daardoor ligt het energiegebruik lager dan bij een traditionele aanpak.
De lagere toetswaarde door validatie beperkt de kans op verspreiding van vezels naar de omgeving.
Projecten worden efficiënter uitgevoerd, in geschikte situaties tot meer dan vier keer sneller. Dat betekent minder reistijd en minder transport van medewerkers en materialen.
Wanneer de FoamShield-methode in risicoklasse 1 wordt toegepast, is het op- en afbouwen van een containment en het plaatsen van onderdrukmachines niet nodig.
Bij werkzaamheden die met een traditionele methode in risicoklasse 2A zouden vallen, is de eindcontrole anders ingericht, met 4 uur meettijd en analyse van de metingen niet op locatie maar op kantoor van het laboratorium met elektronen microscopie. Daardoor vervallen met de Foamshield-methode deze meettijd en wachttijd, voor zover dit binnen de regels en het saneringsplan is toegestaan.
Het tijdsverschil bedraagt al gauw circa drie uur per sanering.
Bij een gevalideerde FoamShield-sanering in risicoklasse 1 is adembescherming niet nodig. Daardoor hoeft de uitvoering niet te worden onderbroken vanwege het dragen van adembescherming en kunnen medewerkers prettiger en efficiënter werken.
Bij traditionele sanering moeten de decontaminatie-unit en onderdrukmachines vaak in aangrenzende ruimtes worden geplaatst. Hierdoor moet soms een halve woning of een groot deel van een gebouw worden ontruimd, ook bij een kleinschalige sanering.
Wanneer de FoamShield-methode in risicoklasse 1 wordt toegepast, is dat niet nodig. Daardoor is de sanering minder ingrijpend voor het gebruik van het pand. Bewoners kunnen blijven wonen en medewerkers kunnen doorwerken.
Bij een gevalideerde FoamShield-sanering in risicoklasse 1 zijn beschermende kleding en adembescherming niet nodig.
Dat zorgt voor beter zicht, meer bewegingsvrijheid en een prettiger uitvoerbare werksituatie. Waar bij gebruik van adembescherming regelmatige werkonderbrekingen nodig zijn, kunnen medewerkers met FoamShield langer aaneengesloten werken, binnen de geldende arbeidsregels.
Saneerders die met de FoamShield-methode werken, dragen vaak een groene overall. Daarmee zijn zij voor opdrachtgevers en toezichthouders snel herkenbaar als FoamShield-saneerders.